Menu

FAQs

Vragen over turfwinning

Algemene vragen over turf

Turf lijkt onschuldig in je potgrond, maar de gevolgen van turfwinning zijn groot. We spreken vaak over de vier zonden van turfwinning:

1. Klimaatverandering
Turf is een fossiele brandstof. Zodra het uit het veen wordt gehaald en in je tuin belandt, komt de opgeslagen koolstof vrij als CO₂. Veenmoerassen zijn juist enorme koolstofreservoirs – die moeten we in de grond laten als we de opwarming van de aarde willen tegengaan.

2. Waterproblemen
Veen werkt als een spons: het houdt water vast bij hevige regen en geeft het weer af in droge periodes. Door turfwinning verliezen we dat natuurlijke buffer­effect. Ironisch genoeg vonden enkele van de zwaarst getroffen gebieden tijdens de overstromingen van 2021 plaats in voormalige veengebieden.

3. Verlies van biodiversiteit
Natuurlijke veengebieden zijn een thuis voor unieke planten en dieren. Als die verdwijnen, verliezen we kostbare natuur. Er bestaan regels om schade te beperken, maar in de praktijk blijken die vaak onvoldoende. Het risico is dat ze vooral als excuus worden gebruikt om turf te kunnen blijven winnen.

4. Bodemdaling
Nederland weet er alles van: onze geschiedenis als turfproducent heeft meegewerkt aan de bodemdaling waardoor grote delen van ons land nu onder zeeniveau liggen. Tegenwoordig importeren we turf, en verplaatsen we die schade naar landen als Letland. Daar ligt bijna al het land laag boven zeeniveau – precies de plekken waar turfwinning extra risicovol is.

En dat is nog niet alles. Turfwinning zorgt ook voor:

  • watervervuiling

  • meer risico op brand

  • stofuitstoot

  • opwarming van de bodem (tot 2°C warmer dan de omgeving)

  • minder wolken en regen door het donkere, kale oppervlak

  • extra infrastructuur (wegen, drainage) die het landschap blijvend aantast

Kortom: turfwinning heeft veel meer negatieve effecten dan je op het eerste gezicht zou denken. Daarom zetten wij ons in voor een turfvrije toekomst – goed voor klimaat, water, natuur én onze leefomgeving.

In this article by investigative journalists Nathalie Bertrams, Ingrid Gercama and Tristen Taylor, the authors reveal that peat extraction is still taking place in previously undrained areas.

We have European regulations protecting valuable habitats and the RPPscheme, which mandates site selection and after-use rules. So, where is the problem?

Peat extraction leads to a significant loss of biodiversity. Unfortunately, the existing rules are not followed well or written in a way that favours excessive and reckless extraction and environmentally inept restoration plans. Some examples:

In Latvia (Source): “The list of protected habitats in Latvia does not include raised bogs,” “landowners can drain without the obligation of following any pre-established safeguards,” “If peat extraction is proposed in a Natura 2000 site, a specific order must be applied (Cabinet Regulation No. 300 (19/04/2011). Peat extraction and/or extension of the existing peat extraction areas in Natura 2000 areas are possible only in very few exceptional cases (Gauja National Park, Pape Nature Park with ongoing peat extraction” “After-use of post-harvested peatlands can be as follows: re-naturalisation (restoration of mire or other type of wetland), creation of agricultural lands, afforestation, creation of water bodies for use in recreation” “many extracted peatlands are abandoned without re-cultivation.”

In Lithuania (Source): “conflicting situation due to different regulations, set in the laws of Protected sites and Forestry. For example, according to Forestry law, after clearing the vegetation in wetland, cleared site must be replanted within 3 years period (par.5) while law of Protected sites requires to keep such site open.” “Law on Land Reclamation (approved by Seimas on December 9, 1993, Resolution No. I-323) and all its versions does not mention peatlands” “protected sites are still appointed as sites for excavation” “only few cases of re-cultivation in completely extracted peatlands because most of peatlands are treated as ‘active’. However, abandoned peatlands remain in such status for years without any kind of restoration or further usage.” “Abandoned peatlands have no regulation.” “…hydrological regime may not be changed. It means the landuser is not allowed neither to drain it nor increase the water level.” “The methodology for re-cultivation is outdated, it provides guidance to revert post-mined site into water bodies”

Turf (gedroogd veen) wordt gewonnen in veengebieden. Belangrijke gebieden waar turf wordt gewonnen voor de horticultuur zijn Letland, Estland, Zweden, Finland en Duitsland. 

Er wordt in Nederland geen turf gewonnen omdat dit economisch niet interessant is. We hebben helaas het in het verleden heel veel veen in Nederland gewonnen. Inmiddels is er dusdanig weinig hoogveen over dat we het beetje dat we nog hebben beschermen. 

Het klopt dat er in Nederland geen turf meer wordt gewonnen. Echter, Nederland is de grootste turf importeur van Europa. Veel veenderijen in andere landen zijn ook in Nederlandse handen. 

Een veenderij is een gebied of bedrijf waar veen wordt afgegraven om er turf van te maken.

In een veenderij wordt:

  1. Veen machinaal afgegraven.

  2. Het natte veen gedroogd.

  3. Het gedroogde veen als turf verkocht.

“Just because you’ve always done it that way doesn’t mean it’s not incredibly stupid.” (Despair)

Turf is gedroogd veen dat als brandstof of als substraat kan worden gebruikt.

Veen ontstaat in natte gebieden (zoals moerassen) waar plantenresten zich ophopen onder de waterspiegel. Door het gebrek aan zuurstof verteren de planten resten niet volledig. In de loop van honderden tot duizenden jaren vormt zich zo een dikke laag veen.

Wanneer dat veen wordt afgegraven en gedroogd, krijg je turf. 

Turf is gedroogd veen. Dus zolang het veen nat is en onder de grond ligt wordt het ‘veen’ genoemd. Als het gewonnen wordt en gedroogd, noemen we het ’turf’.

Veen is geologisch gezien nog niet gefossiliseerd. Het IPCC heeft een eigen categorie voor turf gecreëerd tussen hernieuwbaar en fossiel. Aangezien het opnieuw aangroeien van gewonnen turf echter duizenden jaren in beslag neemt en daarom niet op menselijke tijdschalen plaatsvindt, schrijft het IPCC: “Although peat is not strictly speaking a fossil fuel, its greenhouse gas emission characteristics have been shown in life cycle studies to be comparable to that of fossil fuels. Therefore, the CO2 emissions from combustion of peat are included in the national emissions as for fossil fuels.” LINK

When we hear the term fossil, we think of (non-)renewable materials, not geological processes. Daarom noemen we veen toch een fossiel materiaal.

Witveen zit bovenaan het veenpakket en is dus het jongste veen. Dit jonge veen is licht van kleur en gewicht. Het kan veel water vasthouden, is relatief luchtig maar kan ook snel verteren. Zwartveen zit onderaan in het veenpakket en is dus oud veen. Het zwartveen is donker van kleur en weegt meer. 

Nee! Het gebruik van turf in de tuinbouw vond ingang in het begin van de 20e eeuw. Er zijn ook nog steeds veel landen die geen turf in de tuinbouw gebruiken. Dit laat zien dat turf niet essentieel is voor de tuinbouw. 

In de natuur is dit 1 meter per 100 – 1000 jaar en dit afhankelijk van het klimaat en de dikte van het veenveld.

Vragen over tuinieren zonder turf (particulieren)

Vragen over Telen zonder turf (Kwekers)

Bekijk ons sectie over veenvrije (= turfvrije) potgronden en planten (LINK). We zijn erg blij dat inmiddels bijna elke grotere winkel een turfvrij alternatief biedt.

Zelf potgrond maken is niet alleen leuk maar ook duurzaam. Er zijn verschillende recepten in omloop.

1) De meest eenvoudige is om je eigen compost te gebruiken. Zeef de compost om de grote stukken eruit te halen en je hebt voor veel planten een prima grond om in te zaaien en te stekken. Eventueel kun je de potgrond wat minder rijk in voedingsstoffen maken door wat zand door de compost te menden: 1 kop compost + 1 kop zand.

2) Meng vier delen tuingrond (bij voorkeur zand-leem), vier delen compost en twee delen grof zand of rivierzand. Compost biedt de structuur en de meststof aan de potgrond.

Niet altijd! Op het biolabel staat dat je een product hebt gekocht dat vrij is van kunstmest en gewasbescherming, verder niets. Biologische potgrond kan 100% veen zijn!

In contrast, the European Ecolabel does not allow peat use.

Potgrond is alleen in specifieke gevallen nodig.


Potgrond is een speciaal samengestelde grond die vooral wordt gebruikt door professionele kwekers. Het is licht en luchtig, zakt nauwelijks in en houdt goed water vast — allemaal eigenschappen die belangrijk zijn wanneer jonge plantjes langdurig in potten staan, zoals bij het zaaien en stekken op grote schaal.

Voor hobbytuiniers is potgrond echter zelden noodzakelijk. Zaailingen of stekjes die thuis worden opgekweekt, staan meestal maar kort in een potje voordat ze de volle grond ingaan. In zulke gevallen is gewone tuinaarde of gezeefde compost (eventueel vermengd met wat zand) ruim voldoende. 

Ook bij het vullen van grote plantenbakken gebruiken veel mensen gewoon tuinaarde — dat werkt prima.

Waarom gebruiken we toch vaak potgrond?

Veel potgrond op de markt is goedkoop, vooral omdat het grotendeels uit turf bestaat. Turf is echter milieubelastend: de kosten van turfwinning (zoals schade aan natuurgebieden en uitstoot van CO₂) zijn niet in de prijs verwerkt. Daardoor lijkt potgrond een voordelige keuze, terwijl het enorm schadelijk is. Als je toch kiest voor een potgrond, kies dan voor een turfvrije variant. 

Kort samengevat: Gebruik potgrond alleen als het écht nodig is — zoals bij het zaaien of stekken van kwetsbare plantjes. Voor alles daarna (zoals het vullen van potten of borders) volstaat tuinaarde, compost of de bestaande tuingrond prima. Dat is niet alleen voldoende voor je planten, maar ook beter voor het milieu.

Het produceren van op turf gebaseerde substraten is eenvoudig en daarom zo populair. Voeg de gewenste hoeveelheid mest toe aan de voedselarme turf en pas daarna de pH van de zure stof aan met kalk, klaar!

Turf vervangen door alternatieven gaat meestal gepaard met complexe mengsels van hernieuwbare materialen, zoals:

  • Coco-peat (kokosvezel)
  • Groencompost (zoals bladeren, gras, schors, houtvezels…)
  • Sphagnummos en
    andere moerasplanten zoals lisdodde of riet
  • Biochar
  • Schapenwol
  • Minerale
    bronnen: perliet, vermiculiet, zand
  • Bamboe
  • Fytocel
  • Digestaatvezels

Yes, they do indeed exist in sufficient quantities (see this study by Thünen institute). However, the fact that they exist does not mean that they are readily available for the substrate industry. Two main stumbling blocks still exist:

- Competition from other industries, like the heavily subsidised biomass combustion.

- Lack of adequate composting facilities.

We zien vaak betreurenswaardige verspilling van biomassa, b.v. telers die hun groenafval verbranden. Ook schapenwol wordt meestal weggegooid. Als je zoiets ziet, wordt dan actief en praat met mensen over de waarde van het materiaal dat ze in handen hebben.

Nee, dat is niet goed! Dat is “het beste van het slechtste.” Oftewel, het is beter dan turf zonder dit label, maar hier worden nog steeds waardevolle veengebieden voor afgegraven. 

De RPP-regeling is bedoeld om turfwinning te beperken tot al eerder aangetaste veengebieden (lees: dus gebieden met zeer hoge natuurwaarden, zoals een Natura 2000, gebied mogen onder deze regeling niet worden afgegraven) en stelt bovendien eisen aan het herstel en nagebruik van afgegraven moerassen. In theorie kan zo’n systeem helpen om verdere schade aan natuur en biodiversiteit te beperken – mits het juist wordt toegepast.

Toch zijn er belangrijke kanttekeningen:

  • Ruime interpretatie van herstel:
    De RPP schrijft dat herstel moet plaatsvinden “zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke natuur, voor zover praktisch haalbaar.” Mooi geformuleerd, maar ook erg open voor vrije interpretatie. Daardoor blijft schadelijk en goedkoop nagebruik – zoals het bebossen van veengebieden, wat volgens het IPCC juist extra CO₂-uitstoot veroorzaakt – mogelijk binnen de regels.

  • Moreel comfort:
    ‘Verantwoord gewonnen turf’ kan een geruststellend idee geven: alsof het probleem daarmee opgelost is. Zo ontstaat het risico  dat de urgentie om turfvrij te worden afneemt, omdat men denkt al ‘goed bezig’ te zijn. Dat terwijl RPP “het beste van het slechtste is.” 

We horen signalen dat de RPP-regeling inmiddels wordt aangescherpt, wat hoopgevend is. Maar uiteindelijk staat of valt het succes met de vraag: nemen alle betrokken partijen hun verantwoordelijkheid écht serieus? Alleen dan kan RPP een zinvolle, tijdelijke bijdrage leveren totdat de turfwinning helemaal stopt. 

In this article by investigative journalists Nathalie Bertrams, Ingrid Gercama and Tristen Taylor, the authors reveal that peat extraction is still taking place in previously undrained areas.

The answer is that it depends. Both coir-pith and peat are the only materials that can serve as substrates on their own, without the need for complex mixtures - except for a few special plants that grow in pure rock wool, perlite or even water! This underlines the positive properties of coir. But is cocopeat also more sustainable than peat? Let's look at the extremes, epitomized by the stories of 'Bad Coir' and 'Good Coir'.

Onder ‘Bad Coir’ valt het kappen van bossen om kokosnootplantages aan te leggen, mogelijk met betrokkenheid van kinderarbeid en/ of apen in de productie. Uitgebreide wasprocessen van de cocopeat resulteren in excessief watergebruik op de oogstlocaties en resulteren in een zoutbelasting van de waterwegen. Het transport over lange afstanden draagt bij aan de ecologische voetafdruk van ‘Bad Coir’.

In contrast, 'Good Coir,' a by-product of coconut production, is an example of a clean cascade system: we consume the nut, drink the milk, and use the fibers as material. The remaining coir is used in the substrate industry. Local environmental and social issues are closely monitored. The material is compressed for transport, which minimizes emissions. 'Good Coir' is washed and processed closer to the consumer in accordance with strict social and environmental standards.

A certification scheme, Responsibly Produced Coir is currently being set up, reminiscent of the established RPP (Responsibly' 'Produced' Peat) certification scheme. We hope this scheme will help shift the balance towards 'Good Coir.'

Ja, dat kan! 

Jarenlang werd gezegd dat champignons nog niet zonder turf te kweken zijn, zeker niet op industriële schaal. Maar dat is simpelweg onzin. In het Verenigd Koninkrijk verkoopt supermarktketen Sainsbury’s sinds oktober 2024 al volledig turfvrije champignons (LINK). Deze champignons zouden “vaster van structuur zijn en langer vers blijven”. Klinkt heerlijk!

Dus, kwekers: wat in Groot-Brittannië kan, kunnen jullie ook. We hebben vertrouwen in jullie vakmanschap én jullie trots.

Nee, deze potgrond is helaas niet turfvrij. Deze potgrond bestaat voor 25% uit turf.

Vragen over Stichting Turfvrij

Overige vragen

Ons doel is de bescherming en het herstel van veengebieden. 

Wij worden blij van donaties. Zo kunnen wij ons werk blijven doen. 

Wellicht heb jij zelf een idee hoe je op een andere manier kunt bijdragen. Schrijf ons dan graag een email: info@turfvrij.nl

Regarding CO2 emissions, agriculture on drained peatlands currently has a very negative impact on our climate. The agricultural sector is responsible for more greenhouse gases than peat extraction. Nevertheless, peat extraction leads to higher incomes and environmental damage per hectare of land. As a result, peat extraction acts as a powerful economic incentive to keep peat bogs dry. It is essential that we remove all financial incentives that make it attractive to drain peatlands and keep them drained.

Agriculture and the substrate industry play a cat-and-mouse game here: the substrate industry points fingers at the agriculture sector for their more significant overall emissions, while the agriculture sector says that the real problem lies with the substrate industry, which causes more intense destruction with their open pit mining activities.

Ja. Wij bieden workshops aan over duurzaam tuinieren en turf vervangers. Ben je opzoek naar een workshop? Neem graag contact op: info@turfvrij.nl

GME, formerly known as EPGMA (European Peat and Growing Media Association), seeks to position itself as the advocate for all growing media producers. Minimizing the ecological impact of peat extraction is absolutely not central to their efforts. In fact; downplaying the ecological and climate damage caused by peat extraction is central to their activities. For example, documented on page 4 of this report. For this reason, we will continue to describe GME as a turf lobby unless the circumstances change.

The argument that growing media are essential to green cities and that without these substrates, only hardening remains seems to be an evident fallacy of the horticultural sector and the peat lobby, which unfortunately reflects their limited view of urban greening. The suggestion that without growing media, our cities would automatically harden ignores the natural ability of wasteland to green spontaneously, without human intervention. Nature does not need human intervention to thrive. 

Even if we as humans want to have more influence on plant choice, it is still possible to green our cities without resorting to growing media. Choosing native plants that thrive naturally in the environment and are well adapted to the local soil provides a sustainable alternative. These plants can also be obtained free of charge as root material through initiatives such as Meer Bomen Nu

The argument that growing media are necessary only becomes more complex when attempting to place specific plants in unsuitable soils, such as an acid-loving plant in an alkaline soil. In this case, we would have to use substrates, but the argument is an economic and not an ecological one.

en_GB