Schapenwol als groeimedium: kansen voor kwekers
Geschreven door Karin Bodewits, microbioloog (PhD) and houdt zich bezig met duurzame teeltsystemen en veengebieden.
De laatste jaren wordt steeds meer onderzoek gedaan naar het gebruik van schapenwol in bodem en potgrond. Verschillende studies laten zien dat wol niet alleen een restproduct is, maar ook een nuttige bodemverbeteraar en natuurlijke voedingsbron voor planten.
Inhoudsopgave
Waarom wol interessant kan zijn voor planten
Effect van wol op plantengroei
Betere waterhuishouding en minder droogtestress
Schapenwol als duurzaam alternatief voor (kunst)mest
Effect van wol op het bodemleven
Praktische toepassingen: poeder, pellets, of ruwe wol
Van afvalstroom tot groeimedium
Ethische overwegingen bij het gebruik van schapenwol
Waarom wol interessant kan zijn voor planten
Schapenwol bestaat voor een groot deel uit keratine, een eiwit dat rijk is aan stikstof. Deze stikstof kan als voedingsstof voor planten vrijkomen wanneer de wol langzaam afbreekt. Daarnaast kan wol veel water vasthouden: het kan tot ongeveer 3,5 keer zijn eigen gewicht aan vocht opnemen. Daardoor kan het helpen om water langer vast te houden in potgrond of bodem.
Er zijn ook andere materialen die worden gebruikt om vocht in de bodem vast te houden, zoals:
- biochar van kokosvezel
- walnootschillen
- houtresten
- superabsorberende polymeren
- veenmos (Sphagnum)
- compost
- mineralen zoals vermiculiet, bentoniet en zeoliet
Het bijzondere aan wol is dat het meerdere functies tegelijk kan vervullen:
- het helpt water vast te houden in de bodem
- het kan geleidelijk stikstof vrijgeven tijdens de afbraak
- de langzame afgifte van stikstof uit wolafval, in vergelijking met de snelle afgifte uit minerale meststoffen, is gunstig vanuit milieuoogpunt. Het helpt namelijk waterbronnen te beschermen tegen verontreiniging met stikstofverbindingen door snelle uitspoeling.
Daarnaast heeft wol het vermogen om de pH van alkalische bodems licht te verlagen.
Effect van wol op plantengroei
In een potexperiment waarbij wol door het substraat werd gemengd, bleek dat planten aanzienlijk beter groeiden dan zonder wol. Zo kon met een eenmalige toevoeging van wol tot vier oogsten van snijbiet en vijf oogsten van basilicum worden gehaald. De totale opbrengst van basilicum lag daarbij 1,6 tot 5 keer hoger dan in de controle zonder wol (LINK). Dit effect komt vooral doordat wol langzaam stikstof vrijgeeft tijdens de afbraak. Daardoor krijgen planten langdurig voeding zonder dat er steeds opnieuw meststoffen hoeven te worden toegevoegd.
Onderzoek naar meststoffen op basis van wolkeratine laat zien dat deze stoffen de plantgroei verder kunnen stimuleren. In een kasproef met maïs leidde toepassing van een wol-keratineproduct tot:
- grotere planten
- meer bladoppervlak
- meer chlorofyl in het blad
- ongeveer 32–34% meer biomassa dan bij de controle
Onderzoekers verklaren deze sterkere groei doordat wol niet alleen stikstof levert, maar ook aminozuren die de plant helpen bij stressbestendigheid en groei (LINK).
Ook in een andere proef waarbij wolafval door de bodem werd gemengd, groeiden verschillende gewassen duidelijk beter. In veld- en kasproeven met onder andere basilicum, pepermunt, salie en doornappel leidde toevoeging van wol tot hogere opbrengsten en sterkere planten.
De bodem bevatte na toevoeging van wol meer opneembare stikstof, vooral in de vorm van:
- ammonium (NH₄-N)
- nitraat (NO₃-N)
Ook nam het totale stikstofgehalte in het plantweefsel toe, wat betekent dat planten meer voeding konden opnemen (LINK).
Daarnaast werd in deze proeven een duidelijke toename gezien van de microbiële biomassa in de bodem. Dat betekent dat het bodemleven actiever werd, wat vaak een positief effect heeft op de beschikbaarheid van voedingsstoffen voor planten.
In een experiment in Polen werd wol gebruikt als bodemverbeteraar in het groeisubstraat voor tomaten, paprika’s en aubergines (LINK). Wol (10 g per liter substraat) werd toegevoegd aan een laag van 5 cm substraat en vervolgens afgedekt met de rest van het substraat, zodat wortels door de wollaag moesten groeien.
De toevoeging van wol leidde tot een significante toename van de vruchtproductie (ongeveer 30%) bij tomaten en paprika’s, terwijl bij aubergines geen significant effect werd gevonden. De planten waren bovendien langer en hadden een hoger versgewicht.
Omdat de planten gedurende een relatief korte periode op deze substraten werden geteeld, werd de wol slechts gedeeltelijk afgebroken. Hierdoor bleef een groot deel van de wol aanwezig als voedingsreserve voor het volgende seizoen.
Tijdens onderzoek in Wageningen (LINK) bleek dat gewassen wol in het groeimedium de prestaties van aardbeiplanten kan verbeteren, waardoor ze sneller rijpen. Zowel gewassen als ongewassen wol leek daarnaast de fotosyntheseactiviteit van tuinkers te verhogen en de verspreiding van de Pythium-ziekte te vertragen.
Betere waterhuishouding en minder droogtestress
Wol kan veel water vasthouden en werkt daardoor vergelijkbaar met een vochtbuffer of mulchlaag in de bodem.
In een studie met paprika bleek dat wolmulch:
- het watergebruik van planten efficiënter maakte
- de bodemvochtigheid stabieler hield
- de biologische activiteit in de bodem verhoogde
Het effect was vooral duidelijk bij minder frequent beregenen. Door de vochtbuffer van wol konden planten beter omgaan met droogteperiodes.
Voor kwekers betekent dit dat wol kan helpen om:
- waterverlies uit de bodem te verminderen
- de temperatuur in de wortelzone stabieler te houden
- de wortelomgeving actiever te maken
Schapenwol als duurzaam alternatief voor (kunst)mest
In de tuinbouw wordt vaak gebruikgemaakt van commerciële meststoffen om planten te laten groeien. Sommige van deze meststoffen kunnen echter kleine hoeveelheden zware metalen bevatten, zoals cadmium, kwik en lood. Deze stoffen kunnen zich na verloop van tijd ophopen in de bodem en in sommige gevallen zelfs in het gewas terechtkomen.
Schapenwol werkt anders. Wanneer wol in de bodem wordt verwerkt, komt stikstof langzaam vrij tijdens de natuurlijke afbraak van de vezels. Onderzoek laat zien dat deze stikstof vooral vrijkomt in vormen die planten goed kunnen opnemen:
- nitraatstikstof (NO₃–N)
- ammoniumstikstof (NH₄–N)
Er zijn geen aanwijzingen dat wol in de bodem schadelijke stikstofverbindingen vormt.
Voor kwekers betekent dit dat wol kan dienen als een duurzame en natuurlijke voedingsbron voor planten. Bij verstandig gebruik kan wol:
- de bodem verbeteren
- planten geleidelijk van stikstof voorzien
- het gebruik van (kuns)tmest verminderen
- in sommige gevallen (kunst)mest geheel kan vervangen
Zo kan restwol uit de schapenhouderij een praktische en milieuvriendelijke aanvulling zijn in de teelt.
Effect van wol op het bodemleven
Schapenwol kan een duidelijk effect hebben op het bodemleven. In Wageningen (LINK) werden in substraten verrijkt met gewassen wol bacteriën en schimmels met plantbiostimulerende eigenschappen aangetroffen.
Ook uit andere onderzoeken blijkt dat wol niet schadelijk is voor bodemorganismen en in veel gevallen zelfs de activiteit van micro-organismen stimuleert.
Wanneer wol in de bodem wordt verwerkt, verandert de samenstelling van de bacteriegemeenschap doordat micro-organismen de wol beginnen af te breken.
In een studie met olijfbomen (LINK) bleek dat:
- wol geen negatieve invloed had op de totale bacteriële diversiteit
- sommige bacteriesoorten juist actiever werden
- vooral bacteriën die complex organisch materiaal kunnen afbreken vaker voorkwamen
Dit is logisch, omdat wol bestaat uit keratine, een stevig eiwit dat alleen door specifieke micro-organismen kan worden afgebroken.
Andere studies laten zien dat toevoeging van wol kan leiden tot:
- meer bodembacteriën
- grotere microbiële biomassa
- een actiever bodemecosysteem
Tijdens de afbraak komen namelijk voedingsstoffen vrij zoals stikstof, zwavel en koolstof, die weer dienen als voedsel voor bodemorganismen.
Effect op mycorrhiza-schimmels
Mycorrhiza zijn nuttige schimmels die samenleven met plantenwortels en helpen bij de opname van water en voedingsstoffen.
In een onderzoek (LINK) werd gekeken of wol deze schimmels beïnvloedt. De resultaten laten zien dat:
- wol geen negatieve invloed had op de activiteit van mycorrhiza
- de schimmels hun vermogen behielden om plantenwortels te koloniseren
Alleen bij zeer hoge doseringen wol (ongeveer 2% van het bodemgewicht) werd een lichte afname van bacteriële diversiteit en mycorrhiza-kolonisatie waargenomen.
Dit suggereert dat matige hoeveelheden wol veilig zijn voor het bodemleven, maar dat extreme hoeveelheden beter vermeden kunnen worden. Meer onderzoek is nodig om dit verder te bevestigen.
Van afvalstroom tot groeimedium
In de Europese Unie wordt jaarlijks meer dan 200.000 ton schapenwol geproduceerd. Een schaap levert gemiddeld 1,5 tot 3 kilo wol per jaar. Het grootste deel van deze wol is echter grof en van relatief lage kwaliteit.
De kwaliteit van wol wordt vooral bepaald door:
- vezeldikte (diameter van de wolvezel)
- vezellengte
Op basis van vezeldikte wordt wol ingedeeld in vijf categorieën:
- extra fijn – 18,5 micrometer of dunner
- fijn – 18,6–20,5 micrometer
- middel – 20,6–22,5 micrometer
- breed – 22,6–25 micrometer
- grof – 26–32 micrometer
Voor de textielindustrie is vooral fijne wol interessant. In Europa bestaat het grootste deel van de wol echter uit grovere vezels, die moeilijker te verwerken zijn tot kleding.
Omdat de marktprijs voor deze wol vaak laag is, wordt ze op veel schapenbedrijven gezien als een restproduct. In de praktijk wordt deze wol daarom regelmatig:
- weggegooid
- verbrand
- of gestort
Dit zijn weinig duurzame oplossingen en kunnen leiden tot milieuproblemen. Daarom wordt er binnen de EU steeds meer gekeken naar nieuwe toepassingen voor restwol, bijvoorbeeld in de landbouw en tuinbouw. (LINK)
Praktische toepassingen: poeder, pellets, of ruwe wol
Schapenwol kan op verschillende manieren worden toegepast in potgrond of substraat: als poeder, pellets, of ruwe wol. De vorm waarin wol wordt gebruikt beïnvloedt hoe makkelijk het te verwerken is, hoe gelijkmatig het in de pot wordt verdeeld en hoe snel voedingsstoffen vrijkomen.
Wolpoeder
Wolpoeder (ook wel wolgruis genoemd) is vermalen wol die gemakkelijk en gelijkmatig door potgrond kan worden gemengd. Hierdoor ontstaat een goede verdeling van voedingsstoffen door het substraat.
Om wolpoeder te maken wordt de wol mechanisch of chemisch verkleind tot kleine vezels. Je kunt grove korrels (rond 70 µm) tot ultrafijne korrels, zoals 2,6 µm, van wol maken. De bereiding van ultrafijne poeders uit wol vereist echter ofwel langdurige mechanische verwerking, zoals kogelmolens en luchtstraalmolens, ofwel een intensieve chemische behandeling (met sodium silicate, dat overigens ook weer een positief effect kan hebben op de plantengroei). De bereiding van grof poeder uit wol is daarentegen vrij snel, duurzaam en minder energie-intensief, terwijl de poeders toch geschikt zijn voor verwerking en gelijkmatige menging met de grond
((Het is voor ons onduidelijk of wolpoeder ook commercieel verkrijgbaar is.))
Wolpellets (wolkorrels)
Wolpellets zijn samengeperste brokjes wol, vergelijkbaar met sommige organische meststoffen. Ze zijn makkelijk te doseren en redelijk eenvoudig door potgrond te mengen.
Een nadeel is dat pellets plaatselijk in het substraat blijven liggen, waardoor kleine zones met hogere voedingsconcentraties kunnen ontstaan. De verdeling is daardoor minder homogeen dan bij wolpoeder.
Onbewerkte wol
Een derde mogelijkheid is het gebruik van onbewerkte wol. Dit is wol zoals die van het schaap komt, zonder verdere verwerking. Het voordeel is dat deze wol vaak goedkoop of zelfs gratis beschikbaar is.
Het nadeel is dat onbewerkte wol lastig homogeen door potgrond te mengen is. Daarom wordt deze vaak in lagen aangebracht, bijvoorbeeld:
- substraat – laag wol – substraat
- laag wol – substraat – laag wol – substraat
- laag wol – substraat
Dit principe is ook gebruikt in een experiment in Polen (LINK).
Houd er rekening mee dat ruwe wol van de schapenhouder tot ongeveer 40% onzuiverheden kan bevatten. (LINK) Een ton ruwe wol bevat gemiddeld:
- 640 kg wolvezels
- 150 kg lanoline
- 150 kg vuil (grond)
- 40 kg suint (wolvet en kaliumzouten)
- 20 kg plantaardig materiaal
Daarnaast kunnen sporen van insecticiden aanwezig zijn.
Ethische overwegingen bij het gebruik van schapenwol
Het gebruik van schapenwol in potgrond kan ook ethische vragen oproepen. Wol is een dierlijk product en de manier waarop schapen worden gehouden en geschoren staat soms ter discussie.
Zowel kwekers als klanten kunnen hier vragen over hebben. Een mogelijke aanpak is om wol te gebruiken van biodynamische of extensieve schapenhouders en regelmatig te controleren of de manier van dieren houden aansluit bij de eigen principes.
Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat dierlijke producten al vaker in potgrond voorkomen, bijvoorbeeld in organische meststoffen. Veel consumenten zijn zich hier niet van bewust.
Daarnaast weten veel mensen niet dat wol in Nederland vaak een rest- of afvalproduct is. Daardoor kan de indruk ontstaan dat de wol beter gebruikt had kunnen worden voor kleding. In werkelijkheid gaat het meestal om wol van lagere kwaliteit die niet geschikt is voor textiel.
Daarom is duidelijke communicatie richting klanten belangrijk wanneer wol wordt gebruikt in groeimedia.
Referenties:
- Utilization of Waste Wool as Substrate Amendment in Pot Cultivation of Tomato, Sweet Pepper, and Eggplant
- Impact of sheep wool residues as soil amendments on olive beneficial symbionts and bacterial diversity
- Wool-waste as organic nutrient source for container-grown plants
- The Effect of Wool Mulch on Plant Development in the Context of the Physical and Biological Conditions in Soil
- Wool for Crop resilience 2.0
- Waste Wool Powder for Promoting Plant Growth by Moisture Retention
- Assessment of Utilization of Sheep Wool Pellets as Organic Fertilizer and Soil Amendment in Processing Tomato and Broccoli
- Assessment of wool waste and hair waste as soil amendment and nutrient source
- Management of waste sheep wool as valuable organic substrate in European Union countries
- Thermally stable micro-sized silica-modified wool powder from one-step alkaline treatment
Ondersteun onafhankelijk kenniswerk
Dit article is vrij toegankelijk zodat kennis for kwekers breed beschikbaar blijft. Het schrijven and verzamelen van deze informatie kost echter tijd and onderzoek. Wij krijgen geen subsidie van de overheid en zijn afhankelijk van donaties.
Heeft dit article u geholpen of nieuwe inzichten gegeven? Doe dan een vrijwillige bijdrage. Daarmee helpt u ons om dit werk voort te zetten and the onafhankelijke kenniscentrum for kwekers verder uit te bouwen.
Je kunt een directe donatie doen op onze bankrekening. Dit kan eenmalig zijn, of terugkerend. Ons rekeningnummer is:
We're an ANBI foundation.